Het boek Help, ik heb een puber! werd me aangeraden op zo’n moment dat ik dacht: volgens mij doe ik maar wat. Tobias zit inmiddels in de (beginnende) puberfase en hoewel ik hem natuurlijk al jaren ken, voelt het soms alsof er ineens een nieuwe versie is geïnstalleerd zonder dat ik de handleiding ken. Minder vertellen, meer zuchten, en een opvallend talent om precies op het verkeerde moment ongemakkelijke dingen te mompelen. Dus dacht ik: misschien wordt het tijd om me hier nog eens wat extra in te verdiepen en wat bij te leren over deze fase.
Wat me meteen raakte in het boek, was de beschrijving van verschillende ouderreacties. Blijkbaar ben ik afwisselend een struisvogel en een buideldier. De struisvogel in mij denkt soms: als ik het gedrag even negeer, waait het vanzelf over. Niet zien, niet voelen, gewoon hopen dat alles vanzelf weer gezellig wordt. En eerlijk? Soms werkt dat ook best prima.
Maar dan is er ook mijn innerlijke buideldier. Die wil Tobias het liefst dicht bij zich houden, helpen, beschermen, meedenken, voelen wat hij voelt en alvast oplossen voordat het moeilijk wordt. Alleen… pubers blijken helemaal niet continu in die buidel te willen zitten. Ze willen oefenen met loskomen, zelfs als dat rommelig gaat. En dat is voor mij misschien wel het lastigste stuk: ik wil graag zorgen, maar moet nu wat meer loslaten.
Wat ik vooral heb geleerd van de eerste helft van het boek, is dat opvoeden nu minder gaat over sturen en meer over beschikbaar zijn als een gezonde volwassen ouder. Tobias hoeft geen perfecte moeder, maar wel eentje die soms haar kop uit het zand haalt én soms bewust een stapje achteruit doet. Ik ben benieuwd wat ik van de rest van het boek ga leren 😊
Ik vond zelf altijd dat pubers hun ouders eigenlijk meer nodig hebben dan wanneer ze kleiner zijn. Maar precies zoals je zegt op de achtergrond. Zoals ik het zie is dat ze voor een groot deel gevormd worden op de middelbare school. Je kent de vrienden niet meer, ze vertellen niet veel meer. Zijn het goede vrienden, bezwijken ze onder groepsdruk etc etc. Als ouder stond ik op de achtergrond maar hield het als een havik in de gaten. Proberen om in contact te blijven. Niet te veel vragen want dat vinden ze irritant maar niet of weinig vragen wordt ook niet gewaardeerd hahaha. Als ze dan uit zichzelf beginnen te praten is dat altijd op een moment dat het je eigenlijk niet uitkomt. Toch altijd alles laten vallen om te luisteren en indien nodig opties te geven wat ze kunnen doen en waarom. Mijn oudste was wat meer een prater. Mam ik kan mij vanuit het niets opeens zo verdrietig voelen dat ik moet huilen. Ik snap er niks van. Fijn dat ik hem kon uitleggen dat het de hormonen zijn die met hem aan de haal gaan en dat hij zich gewoon verdrietig mag voelen. De jongste was veel opstandiger met alles. Daar heb ik het advies van mijn collega aangehouden. Choose your battles. Het moet nog wel gezellig blijven in huis dus alleen strijd voeren als ze echt een grens overgingen en anders maar even zuchten en het laten gaan. Het is een bijzondere periode voor het kind en voor de ouder. Het gaat weer voorbij en het zijn nu twee fantastische jong volwassenen. Het gaat helemaal goed komen. Tobias heeft een stabiele basis en twee fantastische ouders. Maar het is inderdaad wel even een ommezwaai :-)
BeantwoordenVerwijderen