Het viel Sander als eerste op: jouw keuze qua oorbellen zijn haast een soort moodtracker! Je hebt voor elke stemming andere oorbellen. Ik begon erover na te denken en ik denk dat hij inderdaad wel eens gelijk zou kunnen hebben!
Als ik me heel goed voel, grijp ik vaak naar grotere, opvallende en glimmende oorbellen. Van die oorbellen waarvan je meteen denkt: ja, vandaag heb ik er zin in. Dan voelt het leuk om iets extra’s toe te voegen aan mijn outfit en mag het best een beetje aanwezig zijn.
Als ik me juist heel slecht voel, draag ik soms juist helemaal geen oorbellen. Niet eens per se expres, maar omdat ik het dan gewoon vergeet of er geen energie voor heb om met zulke dingen bezig te zijn. Dan ben ik al blij als ik aangekleed beneden verschijn en verdwijnen sieraden een beetje naar de achtergrond.
En soms zeggen mijn oorbellen juist iets over waar ik zin in heb. Als ik enthousiast ben over een activiteit, kies ik ze bewust uit. Toen we bijvoorbeeld naar Pantropica gingen, droeg ik expres tropische ananas-oorbelletjes. Dat soort kleine details maken iets voor mij extra leuk en voelen een beetje alsof ik mezelf alvast in de sfeer van de dag breng.
En dan heb je nog de “ik wil hier niet over nadenken”-dagen. Op die dagen pak ik bijna automatisch mijn simpele gouden schelpjes. Veilig, makkelijk, overal goed bij passend en zonder dat ik een keuze hoef te maken. Eigenlijk een soort neutrale stand.
Ik vind het ergens wel grappig dat zoiets kleins als oorbellen blijkbaar een soort mini-moodtracker is geworden. Zonder dat ik het doorhad, vertellen ze vaak al een beetje hoe ik me voel of hoeveel ruimte ik in mijn hoofd heb die dag.
Hebben jullie ook zoiets?
