Soms gaat het een tijdje heel goed, soms lukt het weer voor geen meter. Momenteel gaat het flut: grenzen aangeven. Ik heb last van het 'Good girl Syndroom' om het zo maar te zeggen. Ik merk weer steeds vaker hoe lastig ik het vind om ruimte in te nemen. Niet persé fysiek, maar vooral in gesprekken, in relaties, in mijn eigen leven. Mijn mening geef ik heel voorzichtig, mijn behoeften breng ik alsof ze niet belangrijk zijn. Alsof ik eerst toestemming nodig heb om er helemaal te mogen zijn. Het voelt veiliger om me aan te passen dan om zichtbaar te zijn. Klein voorbeeldje: lees deze blogpost over Bridgerton maar. Waarom neem ik niet gewoon wat ruimte in door te zeggen "vanavond is de televisie even van mij"?
Maar vaak zit het ook in heel kleine dingen. Ik praat wat zachter als iemand anders harder praat. Ik slik iets in omdat de ander het al zwaar heeft. Ik stel mijn vraag uit, omdat ik bang ben dat ik “te veel” ben, "te veel" vraag. En ondertussen groeit er iets in mij: een stille frustratie, of verdriet, omdat ik mezelf elke keer kleiner maak dan ik ben.
Wat ik begin te begrijpen, is dat ruimte innemen niet betekent dat ik iemand anders iets afpak. Het betekent niet dat ik dramatisch of egoïstisch ben. Het betekent simpelweg dat ik mijn eigen gevoelens en behoeftes serieus neem. Dat mijn grenzen, verlangens en gevoelens net zo legitiem zijn als die van een ander. Maar dat vind ik nog lastig hoor, ik schrijf het hier wel zo 'stoer' op maar ik voel me helemaal niet zo stevig, als ik eerlijk ben.
Dus ik wil weer meer gaan oefenen. Met duidelijker spreken. Met mijn behoeften uiten zonder ze eerst af te zwakken. Met blijven staan als iets belangrijk voor me is. Dat voelt spannend, maar ook hoopvol. Want diep vanbinnen weet ik: ik mag ruimte innemen. Niet harder, niet groter — gewoon eerlijk en aanwezig. 🌿
